...And Then There Were Three... is het negende studioalbum van de Britse progressieve rockband Genesis, uitgebracht onder het catalogusnummer 786399 2. Dit album markeert een historisch keerpunt in de biografie van de band, aangezien het de eerste plaat is die als trio werd opgenomen. De muziek verschuift hier subtiel van complexe, langgerekte symfonische rockstukken naar kortere, meer toegankelijke poprock-composities met een melancholische en sprookjesachtige sfeer.
De belangrijkste muzikale actoren op dit album zijn de overgebleven kernleden van de groep. Phil Collins neemt met zijn herkenbare, bezielde stem de leadvocalen voor zijn rekening en verzorgt het dynamische drumwerk. Tony Banks drukt een zware stempel op het groepsgeluid met zijn weelderige, symfonische toetsenpartijen, synthesizers en Mellotron. Mike Rutherford completeert het trio door zowel de ronkende baslijnen als alle melodische gitaarpartijen op zich te nemen, waarmee hij de leegte na het vertrek van gitarist Steve Hackett vakkundig opvangt.
De volledige tracklist van deze legendarische cd luidt als volgt:
- Down And Out
- Undertow
- Ballad Of Big
- Snowbound
- Burning Rope
- Deep In the Motherlode
- Many Too Many
- Scenes From A Night's Dream
- Say It's Alright Joe
- The Lady Lies
- Follow You Follow Me
Dit album is een essentieel overgangswerk dat de transformatie van de band naar een wereldwijd popfenomeen definitief in gang zette.
